Sinds juni 2025 beoordeelt de NEa aanvragen voor toelating als CBAM-aangever. Inmiddels zijn bijna 1.100 aanvragen ingediend, waarvan er 870 zijn goedgekeurd. Alle aanvragen die voor 1 september 2025 op tijd en compleet waren, heeft de NEa inmiddels afgehandeld.
Op 1 januari 2026 startte de definitieve CBAM-periode. Daarna nam het aantal aanvragen opnieuw sterk toe. Importeurs die bij hun douaneaangifte merkten dat CBAM-verplichtingen golden, dienden alsnog een aanvraag in. Dit leidde tot ongeveer 250 nieuwe aanvragen. De NEa verwerkt deze zo snel mogelijk, zodat deze bedrijven snel duidelijkheid krijgen.
Belangrijk: een complete aanvraag versnelt de procedure. Ontbreken er gegevens, dan vraagt de NEa deze alsnog op. Reageert een importeur hier snel op, dan voorkomt dat vertraging.
Uitzondering voor kleine importeurs
Vanaf 1 januari ontvangt de NEa steeds meer aanvragen van importeurs die minder dan 50 ton CBAM-goederen per jaar invoeren. Voor hen is geen toelating nodig. Alleen importeurs die jaarlijks meer dan 50 ton aan CBAM-goederen invoeren, moeten een toelating als CBAM-aangever hebben. Voor de import van waterstof en elektriciteit geldt geen ondergrens: hiervoor is altijd een toelating nodig.
Tijdelijke regeling voor nieuwe aanvragers
Bedrijven die voor 31 maart 2026 een aanvraag indienen, mogen tijdens de behandeling al CBAM-goederen invoeren. Deze regeling geldt tot 27 september 2026. Bij de douaneaangifte moeten zij TARIC-code 238 gebruiken en het aanvraagnummer vermelden (te vinden in het CBAM-register en begint met “APPL-NL-202”). De douane stuurt de aangifte automatisch door naar het CBAM-register voor controle.
Meer informatie vindt u op Toelating als CBAM-aangever